


Lettertype: groter/kleiner
Inhoudsopgave
U bent hier: Archäologischer Park Xanten > nederlands > LVR-Archeologisch Park > Onderzoek > Opgravingen
Door de opgravingen krijgen we een completer beeld van de Romeinse stad. Ze vormen de basis voor de reconstructies en voorstellingen in het Archeologisch Park en het LVR-RömerMuseum.
Altijd de troffel in de hand, het belangrijkste gereedschap bij opgravingen.
De Colonia Ulpia Traiana is ten noorden van de Alpen de enige grote Romeinse stad, waar sinds de klassieke oudheid nauwelijks overheen werd gebouwd. De overblijfselen liggen nog steeds maar een paar centimeter onder de graszoden van het APX en zijn daardoor goed toegankelijk voor onderzoek. Deze situatie maakt Xanten uniek: Alleen hier heeft men de mogelijkheid om een gehele Romeinse stad te onderzoeken.
Bezoekers kunnen de opgravingen in het APX bekijken.
Tijdens de Romeinse weekeinden kan men deelnemen aan een open rondleiding over een opgraving. Op de vier jaarlijkse data van „Grabung live" graaft het team zelfs voor publiek. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een rondleiding over een opgraving te boeken.
Momenteel vinden er opgravingen plaats op insula 18 en insula 34.
Sinds 2005 graaft het team van het APX op insula 18 in een tot nu toe weinig onderzocht centraal gedeelte van de Colonia. Daarbij zijn overblijfselen van verschillende muren van grauwacke blootgelegd. Op basis van de enorme breedte was het meteen duidelijk dat het hier om de fundamenten van monumentale Romeinse gebouwen moest gaan. Tot nu toe is het nog volkomen onduidelijk om wat voor grote bouwwerken het nu precies gaat.
In de onderste lagen bevonden zich de resten van graven uit de tweede helft van de eerste eeuw na Christus. Omdat de doden niet binnen de Romeinse nederzettingen begraven mochten worden, verwijzen deze graven tegelijkertijd naar de westelijke begrenzing van de 'voorcoloniale' nederzetting.
Sinds 1998 vinden er in het kader van de Internationale Archeologische Zomeracademie onderwijs-opgravingen plaats op het terrein van insula 34. Elke zomer graven hier dertig studenten uit heel Europa de overblijfselen van woonhuizen op waarin Romeinse ambachtslieden met hun gezinnen leefden.
De werkplaatsen van de ambachtslieden bevonden zich ook in de woonhuizen. Slakstukjes en smeltresten verwijzen naar de werkplaats van een bronsgieter. Dat dit werk rendabel was blijkt wel uit de vloerverwarming die in het achterste woongedeelte van het huis werd opgegraven – toentertijd al een luxe die alleen welgestelden zich konden veroorloven.
Op een grote binnenplaats tussen de huizen kwamen vijf bronnen te voorschijn. Zulke bronnen zijn voor de archeologie een ware schat aan informatie, omdat de mensen in de Romeinse tijd de putten met afval van het dagelijkse leven vulden wanneer de putten onbruikbaar waren geworden.
In de onderste lagen onder de binnenplaats vond men meerdere graven met grafgiften uit het tweede kwart van de eerste eeuw. Een paar generaties later werd dit kleine grafveld geëgaliseerd. Blijkbaar hadden de mensen in de Colonia-tijd bij het bouwen van hun woonwijk niet erg veel respect voor de graven van hun voorvaderen.